Nooit eerder kregen we zoveel reacties op een nieuwsbrief als op onze laatste nieuwsbrief van januari jl. Lieve, persoonlijke en belangstellende reacties. Bewondering ( is “Wow…!” een nieuwe hype?) voor het werk dat we doen in Nepal en de resultaten die worden bereikt, maar vooral veel vragen naar aanleiding van de aankondiging dat we ons werk in Nepal eind dit jaar gaan beëindigen. Velen vragen zich af wat we daarna gaan doen en kunnen zich niet voorstellen dat wij geraniums gaan kopen om daar achter te kruipen. Dat laatste zijn we zeker niet van plan, maar we hebben ook nog geen concreet doel voor ogen, behalve de stichting begin 2013 netjes afwikkelen en een tijdje vakantie houden na zoveel intensieve jaren. We staan open voor een nieuwe uitdaging en zijn ervan overtuigd dat er met die houding wel iets nieuws op ons pad komt.
Belangstelling voor beëindiging van ons werk
Ook de pers toont belangstelling omdat we dit jaar ophouden met onze activiteiten in Nepal. Dat klinkt een beetje paradoxaal. Je zou toch verwachten dat er vooral belangstelling is voor wat we doen, voor wat wordt bereikt en voor toekomstplannen?
Na een groot artikel in het dagblad TROUW in november jl. over onze exitstrategie, hadden we op 10 januari jl. een lang telefonisch interview met Mirjam Vossen. Zij is een bekende publiciste in het wereldje van ontwikkelingssamenwerking en redacteur van het nog nieuwe blad My World, dat wordt uitgegeven door NCDO en Wilde Ganzen. Mirjam heeft ons het hemd van het lijf gevraagd over onze exitstrategie voor een speciaal artikel in de maarteditie van My World over dat onderwerp. Ze gaat natuurlijk niet over één nacht ijs en raadpleegt ook ander organisaties.
Je zou je kunnen afvragen of het wel verstandig is om zoveel aandacht te besteden aan beëindiging van ontwikkelingsactiviteiten in landen ver weg in een tijd waarin het kabinet zich bezint op de zoveelste bezuinigingsronde en de PVV van Geert Wilders verkondigt dat het hele budget voor ontwikkelingssamenwerking wegbezuinigd kan worden. En toch is dat niet onverstandig! Veel van de kritiek op ontwikkelingssamenwerking heeft te maken met het feit dat projecten eindeloos lijken en dat de resultaten in elkaar zakken als een ontwikkelingsorganisatie wel besluit om zijn activiteiten te beëindigen. Een weloverwogen exitstrategie kan een belangrijk middel zijn om juist die kritiek te ontkrachten en te bevorderen dat projecten eindig en duurzaam zijn. Die combinatie van eindig en duurzaam dwingt je ertoe in je project in te bouwen dat je er mee ophoudt – omdat je hulpverslaving wilt voorkomen – en om veel te investeren in mensen (capacity building), zodat zijzelf de voorzieningen – “de dingen” – die zijn gerealiseerd zelfstandig en zonder jouw hulp in stand kunnen houden of verder kunnen ontwikkelen. Maar je ontwikkelt als kleine ontwikkelingsorganisatie natuurlijk geen exit-strategie om je teweer te stellen tegen Wilders of komende bezuinigingen. Dat doe je omdat je vindt dat mensen daar uiteindelijk zelf in staat moeten zijn om hun eigen problemen op te lossen. Je zou kunnen zeggen dat je jezelf als doel stelt ernaar te streven om je eigen aanwezigheid in een ontwikkelingsland overbodig te maken.
Altijd weer spannend
Natuurlijk zijn we blij dat er ook belangstelling is voor het werk dat we doen in Nepal, voor de resultaten en hoe die bereikt worden. Dat helpt bij het werven van fondsen, maar draagt ook bij aan belangstelling in Nederland voor de noden van mensen ver weg. De wereld wordt steeds meer één groot dorp, wordt gezegd. Maar in economisch slechtere tijden doen we graag de deuren dicht en doen sommigen ons geloven dat al die globalisering slecht voor ons is. Dan is het altijd weer een buitenkansje als de pers belangstelling voor ons werk in Nepal heeft en daarover wil schrijven. Gistermiddag hadden we bij ons thuis een heel ontspannen interview met Wim Nelissen, een journalist van De Gelderlander. In de korte tijd die beschikbaar was kreeg hij een stortvloed aan informatie over zich heen. Er is altijd zoveel te vertellen. Maar hij bleef onverstoord en zeer geïnteresseerd. Een professional dus.
Nu is het afwachten wat er volgende week in de krant verschijnt. We hebben daar alle vertrouwen in en toch,… het blijft altijd weer spannend.
Uitdagende laatste loodjes
Projecten op een duurzame wijze afronden is bijna een project op zichzelf. Het vergt in ieder geval veel aandacht voor wat we tijdens ons komende en laatste inhoudelijk bezoek aan Nepal nog moeten en kunnen regelen, besluiten, organiseren. En dat vergt allemaal ook de nodige voorbereidingen vanuit Nederland. Maar dat doen we graag, want in Nepal wordt ook ontzettend hard gewerkt in de richting van afronding van projecten. Gewerkt wordt aan de laatste toiletten en rookvrije kooktoestellen en eind april wordt dit zesde en laatste project afgerond. Voor wat betreft de lopende vrouwenprojecten – zoals het stimuleren van inkomengenererende activiteiten (nieuwe bedrijvigheid) door vrouwen, het ontwikkelen van een sterke zelfstandige vrouwenbeweging en het duurzaam afronden van een sterke zelfstandige microfinancieringsorganisatie van vrouwen – is het veel lastiger om een punt te zetten achter onze betrokkenheid. Het gaat om het vinden van een goed moment in dat proces. Een moment waarop voldoende voorwaarden aanwezig zijn die het vertrouwen geven dat de vrouwen zelf door kunnen en zullen gaan met hun ontwikkeling. We zijn blij dat we kunnen constateren dat dat moment alsmaar dichterbij komt.
1. Het is de wens van de vrouwenbeweging STB om te fuseren met de op te richten regionale coöperatieve spaar- en leenbank (SACCOS). Daarmee zou er onder de vrouwenbeweging ook een solide basis van inkomsten liggen, zodat ze door kunnen blijven gaan met activiteiten die ten goede komen aan de ontwikkeling van de vrouwen van Timal. In april hopen we zekerheid te krijgen over het realiseren van deze intentie. Waar nodig zullen we aanvullende ondersteuning bieden.
2. We krijgen ontzettend enthousiaste berichten over de uitvoering van de tweede serie vakopleidingen voor 1400 vrouwen. De eerste serie heeft al ruim 200 initiatieven opgeleverd van vrouwen die een of andere economische activiteit zijn begonnen. Onze verwachtingen over de effecten van deze tweede serie zijn hooggespannen. Vooral ten aanzien van de ca. 600 vrouwen die deelnemen aan de uitgebreide serie landbouwvakopleidingen. In april zullen we nog wel een belangrijke stap moeten zetten om ook de afzetmogelijkheden van producten van de vrouwen te verbeteren.
3. Bij vertrek uit Nepal begin december hoopten we op belangstelling van de grote Japanse ontwikkelingsorganisatie JICA voor onze initiatieven gericht op ontwikkeling van de landbouw door de vrouwen van Timal. Afgelopen maandag hebben twee medewerkers van JICA onze programmamanager voor vrouwenprojecten Sangram en onze field coördinator Usha ontmoet. Het initiatief ging uit van JICA (zouden ze echt geïnteresseerd zijn?) en heeft geleid tot de afspraak dat JICA eind februari een veldbezoek brengt aan Timal. We hopen in april duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheden om de verdere ontwikkeling van de landbouw door de vrouwen van Timal onder te brengen bij een groot landbouwontwikkelingsprogramma van JICA. We zullen samen met de vrouwenbeweging van Timal ons uiterste best doen het zover te krijgen. Uiterst spannend!
4. Er is een begin gemaakt met de ontwikkeling van 16 modelboerderijen in Timal. 16 belangstellende vrouwen zijn een week lang getraind in biologische landbouwmethoden en op dit moment is een Nepalese medewerker van het trainingsinstituut (Everything Organic Nepal) in Timal om deze vrouwen ter plaatse te adviseren en om grondmonsters te nemen voor laboratoriumonderzoek. We zijn heel benieuwd naar zijn impressies en adviezen over de stappen die nog nodig zijn om de modelboerderijen echt van de grond te krijgen. 16 bakens van vernieuwing in een gebied waar alleen traditionele op zelfvoorziening gerichte landbouw plaatsvindt. 16 voorbeelden waar buren kunnen kijken en voorlichting kunnen krijgen over nieuwe gewassen en technieken.
5. Naar aanleiding van de eerste serie landbouwvakopleidingen heeft een flink aantal vrouwen besloten om bomen, planten en zaden te kopen en dat is ook gebeurd. De mobilizers hebben de wensen van deze vrouwen geïnventariseerd. Met deze inventarisatie is field coördinator Usha naar het departement van landbouw van de districtsoverheid gegaan en is een eerste partij bomen gekocht. De (groenten)planten en zaden heeft ze gratis gekregen. Op dit moment zijn al ongeveer 400 fruit- en notenbomen geplant. Prachtig: het initiatief is van de vrouwen zelf uitgegaan en hun initiatief is beloond. De vrouwen-beweging krijgt gestalte!
Via email komen bijna dagelijks nieuwe berichten binnen die ons hoopvol stemmen dat we in april afrondende besluiten kunnen nemen over een duurzame afronding van het project “nieuwe inkomengenererende activiteiten door vrouwen”.
Grijze aandacht
In een zaaltje bij de Ontmoetingskerk in Dieren hebben we op 10 januari ’s avonds voor een 30-tal vrouwen met een gemiddelde leeftijd van boven de 80, een voordracht gehouden over onze activiteiten in Nepal. Deze vrouwen zijn lid van Passage – de christelijk-maatschappelijke vrouwenbeweging – en komen maandelijks bij elkaar.
We kijken er met veel plezier op terug. De aandacht en de belangstelling was groot. Om kwart over tien moest de voorzitter ingrijpen. Sommige vrouwen zaten op hete kolen omdat hun echtgenoten buiten op de parkeerplaats al een kwartier stonden te wachten om hun vrouwen naar huis te rijden. De tijd om vragen te stellen schoot er daardoor een beetje bij in en de belangstelling was nog lang niet getemperd. “Of we misschien nog eens terug wilden komen ..?”
Tijdens zo’n avond worden ook de contrasten met Nepal weer helder. Daar tref je nauwelijks vrouwen van 80 of ouder aan. De gemiddelde leeftijd ligt er veel lager dan in Nederland. In Nepal is maar 4% van de bevolking ouder dan65, inNederland is dat 16%.
De stichting Sathsathai investeert veel in het organiseren en opleiden van vrouwen in de regio Timal om een sterke vrouwenbeweging op te bouwen die kan opkomen voor de belangen van vrouwen, hen ondersteunt in hun emancipatie, ontwikkeling en verbetering van hun positie in de samenleving en verbetering van hun inkomen. Zoals de vrouwenbeweging in Nederland aan het begin van de vorige eeuw is begonnen. Honderd jaar later staan vrouwen in Nepal aan het begin van dit proces. In Nederland is de strijd grotendeels gestreden en zijn vrouwenorganisaties een aflopende zaak.
Vandaar die grijze aandacht.
Wilt u meer weten over de activiteiten van de stichting Sāthsāthai in Nepal? Kijk dan eens op www.sathsathai.com